Helft kunstenaars in laagste inkomensgroep

Meer dan de helft van alle kunstenaars in Nederland had een jaarinkomen van minder dan 30.000 euro in 2013 tot 2015. Onder alle mensen met een baan was dit 39 procent. Dit blijkt uit onderzoek van het CBS voor de Monitor kunstenaars en afgestudeerden aan creatieve opleidingen 2017.

Jaarinkomen

Kunstenaars behoren tot de werkenden op het hoogste beroepsniveau. Echter, hun persoonlijk bruto jaarinkomen ligt vaker in de laagste inkomensklasse dan dat van andere werkenden op het hoogste beroepsniveau. Slechts 17 procent van de werkenden in het hoogste beroepsniveau viel in de laagste inkomensklasse. Bij kunstenaars is dit maar liefst 52 procent. Van de werkenden op het hoogste niveau verdiende bijna de helft minimaal 60 duizend euro. Bij kunstenaars gold dit slechts voor 15 procent. In de overige creatieve beroepen, zoals journalisten en stedenbouwkundigen, was de inkomensverdeling vrijwel gelijk aan die van alle werkenden. Het modale inkomen was 35 duizend euro in 2014.

Uitkering

Kunstenaars hebben vaker dan andere werkenden een laag bruto jaarinkomen. Ook zijn ze (iets) vaker afhankelijk van een uitkering zoals een werkloosheidsuitkering, een bijstandsuitkering of een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Bij de totale werkzame beroepsbevolking lag dit aandeel op 4,4 procent ten opzichte van 6,4 procent bij kunstenaars. Bij werkenden op het hoogste beroepsniveau was het aandeel met een uitkering bijna drie keer zo laag als voor kunstenaars, met 2,4 procent. Van de kunstenaars met een uitkering had 2,8 procent een werkloosheidsuitkering, 2,1 procent een arbeidsongeschiktheidsuitkering en 1,4 procent een bijstandsuitkering. Onder kunstenaars was het aandeel met een bijstandsuitkering ongeveer twee keer zo groot als onder alle werkenden (0,7 procent).

Toename kunstenaars

In de jaren 2013–2015 behoorden gemiddeld 8,1 miljoen personen van 15 tot 65 jaar tot de werkzame beroepsbevolking, onder wie 141 duizend kunstenaars. Het aantal kunstenaars nam ten opzichte van de jaren 2010–2012 toe met 12 procent, terwijl de werkzame beroepsbevolking kromp met 0,9 procent.